Selecteer een pagina

Een groepje van 3 vriendinnen. Met de een was ik tegelijkertijd zwanger, met de ander deel ik evenveel zwangerschappen als kinderen hier; zij heeft een tweeling, ik een engeltje.

We kennen elkaar van de studie. Samen eten, lachen en uitgaan. Samen volwassen worden. Nu wonen we alledrie in een ander deel van het land; oost, midden en noord.

Het is november 2008. Koud, guur en donker, in de aanloop naar Sinterklaas. We gaan een weekendje naar Ameland, met de mannen en kinderen. Lekker bijkletsen, samen eten en lachen, een wijntje bij de open haard. Zwemmen met de oudste kinderen. Allemaal schoentjes op een rij in de avond. Prachtige liedjes en verwachtingsvolle snoetjes, ook van onze zoons.

We snuisteren wat in de kleine winkeltjes in het schattige dorpje Nes. Veel souvenirs, prullaria en hebberig makende kunstwerkjes. Jullie willen nog even naar binnen in het kleine vierkante sieradenwinkeltje verderop. Jullie praten, uitgelaten maar op fluistertoon, over de leuke ringetjes die jullie misschien willen kopen als Sint-presentje voor jullie dochters. Mannen en kinderen wachten buiten. Ik twijfel. Zal ik mee naar binnen gaan?

Ja, ik ga mee! Ik ga dit aan. Met een klomp in mijn maag. Ik slik. Probeer mee te kijken, te kiezen. Vrolijk te zijn. Maar de tranen prikken achter mijn ogen. Hoe graag had ik….

Ik zonder me eerst wat af in een hoekje van de winkel terwijl ik mijn tranen onder controle probeer te krijgen. Hou het ook daar niet uit, en loop naar buiten. Ik voel hoe je blik me volgt.

Vrolijk lachend met mooi versierde tasjes in jullie hand, komen jullie even later naar buiten. Ik slik opnieuw. We wandelen weer verder, de sjaals hoog opgetrokken tegen de gure wind. Je komt naast me lopen en slaat je arm om me heen.

‘Ik vind het ook k*t’, zeg je. ‘Oneerlijk! Weet je hoe vaak ik me voorstel hoe onze dochters nu samen zouden spelen? Bijna even oud. En hoe ze later samen zouden giebelen om leuke jongens of andere meisjesgeheimen. Ik mis haar ook. En ik mis het om dat met je te kunnen delen. Dapper dat je mee ging kijken. Maar weet je, nu geen ringetje gaan kopen, of het achter jouw rug om doen, is ook niet eerlijk. Tegenover mijn dochter, of de jouwe.’ 

Door mijn tranen heen kijk ik je aan. Dankbaar dat je mij begrijpt, mijn pijn ziet, ook als ik er even geen woorden aan kan geven. Blij dat mijn dochter ook door jou gemist wordt. Blij dat ze er allebei op hun eigen manier mogen zijn.