Selecteer een pagina

Sterk. Rechthoekig. Stoer. Dat ben ik.

Vroeger had ik een relaxed leventje. Ik hing wat rond met mijn broertjes en zusjes. Trapte wat keet met mijn vrienden in het schap.

En toch… het ging me wat vervelen, al dat rondhangen. Was er niet meer? Meer te doen en te beleven, in dit leven? Welke bijdrage zou ik kunnen zijn? Wat was mijn doel in het leven?

Weet je, ik kan veel dragen. 

Heb een groot hart. 

Loop niet gauw voor mijn taken weg. 

Hang er lekker in. 

Draag mijn lot.

Maar dit nieuwe leven… dit had ik niet zien aankomen:

Ineens stond HIJ voor me; Blond, stoer en toch een lief koppie. Zelfverzekerd.

‘Ja, jou wil ik’, zei het joch gedecideerd.

Zijn moeder had bezwaren en bedenkingen; was ik niet te groot voor hem? Was ik wel sterk genoeg? Maar hij wist het zeker. Hij wilde mij en geen ander!

Dus ik ging met ‘m mee. Zonder vragen, zonder bedenkingen. We waren voor elkaar gemaakt.

Het was het begin van een nieuwe levensfase voor hem. En voor mij. De eerste week ging het wel. We hadden lol. Maakten wat korte uitstapjes. Kregen de tijd om aan elkaar en dit nieuwe leven te wennen. Dat kon ik allemaal wel dragen. 

Maar ineens werd het serieus, in week twee. Uren bleven we van huis. ’s Morgens vroeg vertrokken we al. Het was nog maar nauwelijks licht. Samen op de fiets. Hij fietsen, ik achterop. En dan bleven we weg van huis, tot ver in de middag. Elke dag weer.

Ik had het zwaar. Kreeg een steeds zwaardere last te dragen. Dit was ik niet gewend. Zoveel boeken, broodtrommel, gymspullen. Agenda, etui en natuurlijk een mobiel. Ik was er vol van.

Maar hij ook, mijn kleine grote, stoere vriend van nog maar 11 jaar. 

Vanmiddag barste hij plotseling in huilen uit. Het was allemaal ook niet eerlijk, er werd zoveel van hem verwacht ineens. Waar was zijn makkelijke leventje van daarvoor? Waarom had hij dat niet beseft, vroeger? Toen hij nog tijd had om te spelen, te gamen, lekker te niksen.

En ik? Ik kreunde met hem mee onder mijn last! Ook mijn leventje was vroeger zo makkelijk, daar in het schap. Een beetje hangen. Niksen. Waarom had ik me ooit afgevraagd welke bijdrage ik kon zijn? Dit alles te dragen viel me niet mee! Ook al was het voor deze lieve jongen.

Toch weet ik, dat we er samen wel zullen komen. Even wennen misschien. We helpen elkaar; ik draag al zijn boeken en spullen, hij draagt mij. En dat dragen wordt voor hem, terwijl hij een groeispurt inzet, steeds makkelijker.

Ik ben de rugzak van de leukste stoere brugklasser van dit jaar. Ik mag zijn eerste jaar op deze school draaglijk maken.

Ik kijk uit naar de avonturen die we samen gaan beleven.